EEN NIEUW PUPJE, WAT KOMT DAAR ZOAL VOOR KIJKEN?


Veel mensen die overwegen weer een pupje te nemen, vragen zich wellicht af “hoe het ook alweer ging”, de vorige keer. Je vergeet het snel omdat je veel langer omgaat met de volwassen hond dan met het snelgroeiende pupje. Wel is het essentieel, dat er met name in de beginperiode een aantal dingen wel, maar ook een aantal dingen niet gebeuren. De periode vanaf 7 weken (dan begint de inprenting) tot 16 weken zijn cruciaal voor de rest van het hondenleven, dat gauw zo’n twaalf jaar gaat duren. Rond de leeftijd van 16 weken is een hond meestal geestelijk gevormd. Hoe de hond zich dan gedraagt en opstelt, is afhankelijk van twee zaken: aangeboren eigenschappen en wat u daar als baas mee gedaan hebt. Mijn advies bij de opvoeding van een pup is:

· veel tijd te investeren met name in de periode tussen 7 en 16 weken;

· gewenst gedrag extreem te belonen (inspelen op de “will to please”);

· ongewenst gedrag te negeren (tenzij er sprake is van een situatie waarbij de pup gewoon doorgaat met bijvoorbeeld bijten in kleding of handen en niet wil luisteren);

· de pup overal mee naar toe nemen en alle nieuwe situaties op vier poten leren kennen, nooit een pup oppakken die ergens bang voor is.

Gelukkig zijn er veel goede boeken te krijgen over de opvoeding van een hond. Onderstaande dient als aanvulling te worden gezien van al het goede dat al in de boeken geschreven staat.

Na een gedegen voorbereiding bent u overgegaan tot de aanschaf van een pup. Het is nu zover dat uw fokker het pupje aan u mee geven en krijgt u de verantwoording voor, naar uw fokker hopen een fijne vriend(in) en huisgenoot.

De eerste voorbereidingen en aankopen:

· een stenen (zware waterbak);

· een roestvrijstalen (geen plastic) voerbak;

· een schapenvacht (synthetisch) of deken;

· een bench;

· een rol keukenpapier voor "ongelukjes"

· puppenvoer (uw fokker zal u daarin adviseren);

· eenvoudig halsbandje met leren riem, niet langer dan 120 cm lang. Geen kettingriem (heel pijnlijk aan de handen als de hond sterker is).

Ook een dubbele riem is onhandig en bovendien erg duur.

 

DE ENTREE IN UW HUIS.
Uw pupje heeft bijna 8 weken in een vertrouwde omgeving geleefd met broertjes en zusjes en kreeg alle aandacht. Dat verandert nu enigszins. Als oefening heeft uw pupje soms al enige keren in de auto gereden, maar de rit naar huis zal langer zijn. Het best kunt u de pup tijdens de rit naar huis gewoon op schoot houden en niet alleen op de achterbank of in een doos laten. In het laatste geval zal de pup n.l. onrustig worden, braken, piepen, plassen of erger. Dus gewoon op schoot houden en u komt zonder problemen thuis. (De pup zal na enige tijd op uw schoot in slaap vallen en ook niet plassen op schoot). Is de reis echt heel lang, stop dan een keer en laat hem even lopen, plassen en speel even met hem (aan de riem). Thuis aangekomen is het goed de pup even tijd te gunnen om aan het huis te wennen (nadat u de pup buiten even hebt laten plassen), dus laat hem de boel rustig verkennen. Geef hem vertrouwen, knuffel hem en speel met hem. Wees wel vanaf de eerste dag heel consequent, wat later niet mag, mag nu ook niet. Denkt u eraan dat een hond een gewoontedier is en alles wat nu toegestaan wordt, zal heel veel energie kosten om weer af te leren.

Uw nachtrust in de eerste nachten kan afhankelijk zijn van de plek, waar uw pup mag slapen. Laat de pup vlak voordat u zelf naar bed gaat nog even uit. Wilt u de pup snel zindelijk hebben , dan is het gebruik van een bench zeer aan te raden. Na de laatste plasronde in het kenneltje, waarin zijn kleedje ligt, deurtje dicht en licht uit. Het is handig om vooraf overdag het hondje al even in het kenneltje te doen om te wennen. Hij zal wellicht even piepen, dat zal snel overgaan als u maar nooit de fout maakt om het deurtje weer te openen als hij piept. Dus altijd wachten tot hij stil is, deurtje open en flink prijzen! De volgende morgen natuurlijk vroeg opstaan en meteen het pupje uit het kenneltje halen en laten plassen. En natuurlijk belonen voor dit gewenste gedrag! Een andere goede reden om met een kamerkenneltje te werken is dat naast het snel zindelijk zijn, de hond ook niet aanleert veel te vernielen als hij alleen gelaten wordt. Immers, als u thuis bent leert de hond spelenderwijs wat wel en niet mag en als u niet thuis bent ligt hij lekker braaf te slapen in wat inmiddels z'n vertrouwde mandje is geworden. Wilt u de pup niet in het kenneltje doen, laat hem dan snachts en als hij alleen is achter in een zo klein mogelijke ruimte waar hij niets kapot kan maken. Het meest praktische is een kist of een paar schotten, hoe kleiner de ruimte, hoe minder kans dat hij de boel gaat bevuilen, want op zijn kleedje zal hij echt niets doen. Soms helpt een tikkende wekker. Gaat de pup gillen, ga de pup dan corrigeren, maar geef hem op dat moment niet zijn zin, dus ga na de correctie weer weg. Voorkom eventuele ergernis, door uw buren (zonodig) te laten weten dat u een pupje heeft.

SPEELTJES\LIGPLAATS.
Zorg allereerst dat de ligplaats tochtvrij is. Hebt u kleine kinderen, geef de hond dan een ligplaats op een plek waar de kinderen niet steeds spelen, want de pup heeft heel veel slaap nodig de eerste tijd. Ook in dit geval geldt dat een bench ideaal is. Een met lappen gevulde sok, een buffelhuidje (laatste stukje weghalen), een bal, een speciaal hardrubber bot, piepbeestje, lap of touw met een knoop erin, zijn favoriete speeltjes voor uw pup.

DE OPVOEDING.
Belangrijk is, dat u daar meteen mee begint, want vooral de eerste 7 à 8 weken bij u thuis zijn bepalend voor de gehele verdere ontwikkeling van het gedrag van de hond. In deze periode, de inprentingsperiode, leert de pup ontzettend veel, vooral ten aanzien van de omgang met mensen en andere dieren. Het is heel belangrijk dat de pup heel veel verschillende indrukken opdoet in deze tijd. Neem hem dus vooral in deze tijd overal mee naar toe en laat hem gelijk wennen aan geluiden en verkeer. Denkt u niet dat de pup er nu nog te jong voor is, daar is hij nooit te jong voor. Dus gelijk de dag nadat de pup bij u komt, meenemen. Laat hem vooral vroeg spelen met andere honden en bij voorkeur in een omgeving waar u hem los kunt laten.(zelfvertrouwen)

Ga naar plaatsen waar veel mensen zijn, een school, de markt, winkelcentrum. Ga eens met de bus mee, naar het station en laat hem vooral veel aaien. Wellicht krijgt u het goedbedoelde advies om uw pup niet te laten aanhalen door vreemden, omdat het anders een 'allemansvriend' zal worden. Dit is niet van toepassing op de briard. Van nature is de briard een gereserveerde hond. Wanneer de briard als pup niet voldoende met vreemden in aanraking komt, kan de gereserveerdheid gemakkelijk omslaan in angst. En een bange hond in het nauw, kan bijten. Door de pup van begin af aan in aanraking te brengen met mensen, bereikt u er alleen mee dat de hond zich heel sociaal gaat gedragen, niet bang en onzeker wordt tegenover mensen, maar zelfvertrouwen krijgt, hij heeft dan immers goede ervaringen met mensen. Bovenstaande geldt natuurlijk ook voor kinderen, verkeer, geluiden etc. Bedenk u, dat een hond die onzeker is en angstig, omdat hij het niet kent, niets verweten mag worden, maar dat u altijd heel voorzichtig moet zijn met zo'n hond, omdat zoals gezegd een onzekere hond, die in het nauw zit, gekke dingen kan doen. Hardnekkig ongewenst gedrag dient u hem consequent te laten beëindigen, met bevelen als "nee" en "foei". Met de juiste intonatie bereikt u veel en prijs hem als hij zijn fout herstelt. Sta niet toe, dat uw pup dingen doet, die hij later niet mag doen. Zijn opvoeding, die bij de fokker begon, is nu in uw handen. Een goede band tussen u en uw pup is de beste basis voor gehoorzaamheid. Praat veel met hem. Sla uw pup nooit! Mocht u die neiging krijgen, bel dan uw fokker. Er is dan iets mis, en uw fokker zal u graag willen helpen en adviseren. Is het echt nodig om eens drastisch op te treden, dan doet een opgerolde krant wonderen. Dat doet geen pijn, werkt echter wel zeer doeltreffend door het geluid. Veel belonen, (echt alles wat hij goed doet) veel geduld, steeds dezelfde bevelen en de begrippen zullen snel worden bijgebracht. Schreeuw niet tegen hem, een vriendelijke stem bereikt meer. U zult verrast zijn hoe snel uw hondje de dingen door heeft. Bevestig nooit zijn schrik, door hem te liefkozen of aan te halen of terug te lopen omdat hij ergens bang voor is. Leid hem af, even spelen en al spelenderwijs doorlopen langs hetgeen hem zo deed schrikken. Confronteer hem spelenderwijs zo mogelijk later nog eens met een dergelijke situatie.

Negeer het ongewenste gedrag van uw hond en prijs het gewenste gedrag op haast overdreven wijze. Het spelelement in de opvoeding is erg belangrijk. Speel heel veel met uw hond. Dus niet alleen de hond met zijn speeltjes laten spelen, maar ook zelf veel met hem spelen door bijv. een bal weg te gooien en weer te laten brengen, met een touw of lap etc. Maar leer de hond ook van begin af aan dat uw handen niet zijn om in te bijten, dat zelfde geldt voor de riem, broekspijpen etc. Veel mensen hebben de neiging om in het begin te veel toe te staan, want "hij is nog zo klein". Breng de hond niet in verwarring door zelf inconsequent te zijn. Dat verstoort de relatie, maakt de hond onzeker tegenover u. Bedenk ook dat een jonge pup erg veel rust nodig heeft, laat hem slapen op een vaste, tochtvrije plaats en zorg dat hij daar door iedereen met rust gelaten wordt.

U kunt de jonge pup het beste langzaam wennen aan de riem, door hem in huis steeds een poosje met de riem aan de halsband vast, te laten lopen (gewoon laten slepen). Hij went dan vast aan de riem en zal er op straat dan minder moeite mee hebben. Neem als u naar buiten gaat een speeltje mee, zodat u hem spelenderwijs mee kunt laten lopen. Nooit aan de lijn trekken, alleen maar lokken (speeltje, snoepje) en prijzen als hij meeloopt. Wees rustig, consequent en redelijk in uw bevelen. Gebruik korte en duidelijke woorden en herhaal die. Leer uw hondje vanaf het begin aan de lijn te lopen zonder te trekken. Leer hem vanaf het begin gelijk te komen als u roept. Bestraf hem niet als hij niet gelijk komt, want dan gaat hij komen als een bestraffing zien. Als u vanaf het begin de pup steeds even roept en beloont met uw stem en iets geeft (bijv. een in hele kleine deeltjes gebroken hondekoekje), zal de hond het komen bij de baas associëren met pret, spelen, kortom leuk. Geef de hond voldoende beweging zonder overdrijving. Een jonge pup is heel ontvankelijk voor nieuwe indrukken, hij leert zeer snel deze te verwerken. Geef hem dus de gelegenheid die indrukken op te doen door uw pup zo veel en zo vlug mogelijk mee de drukte en het verkeer in mee te nemen.



ZINDELIJK MAKEN
Als uw pup bij de fokker in huis is grootgebracht, is dat meestal gebeurd op kranten. In dat geval is uw pup krant-zindelijk. Daar kunt u gebruik van maken door in de kamer of keuken (hij moet erbij kunnen) een krant neer te leggen. Natuurlijk moet de pup buiten zijn behoefte doen. Een regel daarvoor is: na het slapen en na het eten eerst naar buiten, wachten tot hij iets doet en dan flink met de stem belonen (de hond is hier erg gevoelig voor). Daarna kan de hond weer naar binnen en z'n gang gaan. De krant is ervoor om wanneer u de hond even niet in de gaten kunt houden de hond zijn behoefte op de krant kan doen bv. als hij even geslapen heeft. Als dat goed gaat, dan is de volgende stap om de krant bij de buitendeur te leggen. De daaropvolgende stap is om de krant buiten te leggen. De pup zal dan voor de deur gaan zitten piepen bij hoge nood en kan zo aangeven dat u in actie moet komen. Maar natuurlijk moet u als u hem zelf naar de krant ziet lopen, uw pup oppakken en buiten zijn behoefte laten doen!

BELANGRIJK!
Voor alles heeft de pup in de groeifase rust nodig. Speel daarom alleen met hem als hij er zelf om vraagt, en weet wanneer hij eigenlijk op zou moeten houden. Laat hem slapen wanneer hij aangeeft daar behoefte aan te hebben.. Let erop dat uw kinderen dit weten en de hond dan met rust laten. Ook voor de rust van de hond is een kamerkenneltje aan te raden.

TRAPPENLOPEN.
Laat uw pup beslist geen trappenlopen in het eerste jaar. Wacht hiermee tot uw pup tenminste 10 maanden is. De voorpoten van de hond zijn door spieren en banden aan de romp bevestigd; bij jonge honden zijn deze spieren en banden nog niet geheel ontwikkeld en zeer kwetsbaar. Bij het afdalen rust het volle gewicht op de schouderpartij, die dit nog niet aankan. Blijvende beschadigingen zijn dan niet uitgesloten. Til uw pup dus even op. Uw ene hand achter de voorpootjes (3 vingers ertussen, met pink en duim de pootjes bij elkaar houden), met de andere hand idem tussen de achterpootjes. Nooit aan de voorpootjes optrekken! Bij het spelen moet u vooral oppassen dat hij zijn groeiende gewrichten en zijn in ontwikkeling zijnde gestel niet onnodig belast. Dit zijn o.a. veel zijwaartse bewegingen, met name van de voorhand en laat hem ook niet omhoog springen naar een opgehouden stok; bij beide bewegingen worden de gewrichten en banden belast door enorme schokken. Pas als de hond ongeveer 1 jaar oud is, is hij daar rijp voor.

INENTINGEN.
Maak zo snel mogelijk kennis met de dierenarts en laat uw pup onderzoeken. Uw fokker hoort graag van u wat de dierenarts van uw pup vindt. Neem uw inentingsbewijs mee en spreek met hem af in welke week hij u wil zien voor de definitieve entingen. Dit is meestal rond de 9 en 13 weken. Als u iets niet vertrouwt, informeer dan even bij uw dierenarts. (een preventieve enting kàn voorkomen, dat uw pup dodelijk ziek wordt). Stel uw dierenarts ook op tijd op de hoogte als de hond mee gaat op vakantie naar het buitenland. De dierenarts zal u dan een voor uw bestemming passend advies geven.

ONTWORMEN.
Uw pup heeft bij de fokker tenminste tweemaal een volledige wormenkuur gekregen. Toch moet uw pup 1 week voor de definitieve enting (13 weken) weer een volledige wormenkuur hebben. Overleg hierover met uw dierenarts als u voor de eerste keer gaat kennismaken, u kunt de kuur dan gelijk meenemen. Vergeet niet uw hond even te wegen voor u de kuur geeft en volg de aanwijzingen van de dierenarts voor de dosering. Daarna de pup nogmaal ontwormen op de leeftijd van 6 maanden en 1 jaar. Daarna 1 maal per jaar. Controleer altijd of de ontlasting wormen bevat, uw dierenarts kan er naar vragen.


ANAALKLIEREN.
Een hond heeft aan beide zijden van de anus inwendig een klier met een zakje. Die zakjes bevatten een slijm wat zowel als glijmiddel als geurstof bij de ontlasting dienst doet. De uitgangen van deze zakjes kunnen echter gemakkelijk verstopt raken, waardoor irritaties aan de anus ontstaan. De hond zal gaan likken en op z'n achterwerk gaan schuiven (het z.g. "sleetje rijden"). Ook kan het zijn dat hij zich ter hoogte van de staart op de huid gaat bijten. De zakjes zullen dan even uitgeknepen moeten worden, waarna, mits er geen ontsteking is ontstaan, de kwaal verholpen is. Laat dit door de dierenarts doen. Het is trouwens toch verstandig om de dierenarts, als u hem toch bezoekt, te vragen om even naar de anaalklieren te kijken. Dit kan voor uw hond veel jeuk voorkomen. Het uitknijpen van de zakjes is overigens niet moeilijk; als u uw dierenarts vraagt het u voor te doen, kunt u het in het vervolg zelf ook. Bovenstaande kan ontstaan als een hond frequent een wat dunne ontlasting heeft, bijvoorbeeld een hond die meer eten krijgt dan hij kan verwerken. Als de ontlasting hard is, zoals het hoort, dan zullen de anaalklieren zich door het persen normaal openen.

STAMBOOM.
De stamboom van uw pup wordt door uw fokker aangevraagd bij de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Amsterdam. Op deze stamboom staan, naast de afstammingsgegevens van ouders van uw hond, de naam en identificatienummer (chip) van uw hond, uw gegevens(eigenaar) en de gegevens van de fokker. Het kan enige maanden duren voordat uw fokker deze stambomen ontvangt. Daarna zal uw fokker u de papieren zo snel mogelijk doen toekomen.

VERZORGING VAN UW PUP.
Alle aspekten van de verzorging van uw pup moet u vanaf het begin regelmatig met uw pup oefenen. Het borstelen, rustig blijven staan, oren verzorgen, mond openen etc.

GEBIT.
Vanaf ongeveer de vierde maand zal uw hond gaan wisselen. U zult dan regelmatig een tandje vinden hier en daar. Na 8 à 9 maanden is het melkgebit volledig vervangen door het definitieve gebit. Geef uw hond nooit zoetigheid. Om het gebit goed schoon te houden van aanslag is het goed de hond te laten knagen op een gekookte knieschijf (runder). Er zijn ook nylon botten in de handel, die goed hard zijn en kennerlijk ook lekker zijn, deze zijn goede vervangers voor de runderbotten als de hond daar dunne ontlasting van krijgt. Van tijd tot tijd de bek controleren blijft belangrijk. In het begin om te kijken of de hond goed wisselt. Het kan gebeuren dat de nieuwe en oude tand naast elkaar zitten en de oude tand nog stevig vast zit. Kijk dit even een weekje aan, als het dan nog zo is, toch even de dierenarts om advies vragen. Tandsteen door de dierenarts laten verwijderen. Verwaarlozing van het gebit kan leiden tot slechte adem, ontstekingen, maagstoornissen en uitvallen van tanden en kiezen.

DE OGEN.
Het kan gebeuren dat uw hond een pussige afscheiding in de ogen heeft. Dit hoeft niets ernstigs te zijn maar kan een symtoom zijn van een ziekte. Heeft de hond een waterige afscheiding in de ogen dan kan er b.v. zand in zijn gekomen. U kunt zelf het oog reiningen door het te spoelen. Hiervoor gebruikt men afgekoeld gekookt water, maar beter nog koude thee. U doopt een prop schone watten in de thee zodat dit goed nat is en knijpt dit boven het oog uit. Niet wrijven of het oog met de watten in aanraking laten komen. Doe dit enkele keren per dag. Indien er geen verbetering optreedt raadpleeg dan de dierenarts.


DE OREN.
Doorgaans is een behandeling van de oren niet nodig. Laat ze met rust. Als er iets mis is, zal de hond dit aangeven door te krabben, te schudden, met de kop over de grond te wrijven of met de kop scheef te lopen. Komt er een uitscheiding uit het oor of stinkt het echt, raadpleeg dan direkt uw dierenarts. Ga niet zelf dokteren, u maakt de kwaal met zalfjes en poedertjes alleen maar erger. Er zijn tal van middeltjes in de dierenwinkel die men u graag wil verkopen. Ons advies is uw geld beter te besteden aan de kortste weg naar genezing, in dit geval de dierenarts. Wat veel voorkomt is besmettelijke oormijt. Dit is te herkennen aan een bruin-zwarte, korrelige substantie in het oor. Ook hierbij kan alleen een bezoek aan de dierenarts uitkomst brengen, omdat deze mijt nogal hardnekkig is. U mag nooit het oor reinigen met een wattenstaafje! U duwt daarmee het vuil alleen maar dieper de gehoorgang in met alle gevolgen van dien. Later moet u toch naar de dierenarts en zal de behandeling veel intensiever en pijnlijker zijn. Het zachte haar in de gehoorgang kunt u met korte rukjes verwijderen. Hiervoor is een speciaal poeder in de handel, waardoor de haartjes heel gemakkelijk verwijderd kunnen worden.

NAGELS.
Als uw hond normaal wordt uitgelaten en hierbij op een harde ondergrond loopt, hoeft u meestal aan de nagels niets te doen omdat ze dan vanzelf slijten en op de juiste lengte blijven. Loopt de hond veel op een zachte ondergrond, dan zullen de nagels doorgroeien en moeten van tijd tot tijd worden geknipt. Hiervoor zijn speciale tangetjes in de handel. Bij donkere nagels is het bloedvat niet zo gemakkelijk te zien. Op de tekening staat aangegeven tot hoever u moet knippen. U moet er wel altijd voor zorgen een stukje bij het bloedvat vandaan te blijven, omdat een paar millimeter ervoor het "leven" al begint. Aan de binnenzijde van de voorpoten zit de z.g. vijfde teen en aan de binnenzijde van de achterpoten de dubbele hubertusklauw. Deze nagels raken de grond niet en slijten dus niet af. Deze moet u regelmatig controleren, anders zou hij, als hij te lang is, ergens achter kunnen blijven hangen en inscheuren. Bovendien kan de nagel onopgemerkt doorgroeien en dan als een haak de huid ingroeien. Veel honden houden deze nagels zelf kort.

VACHTONDERHOUD.
Borstel uw pupje in het begin iedere dag met een zachte borstel. U dat b.v. doen als de pup s'avonds moe is. Zet hem op de tafel of op een verhoging, praat geruststellend en belonend tegen de pup en hij zal het al snel prettig gaan vinden. Eigenlijk doet u dit alleen om de pup aan deze handeling te laten wennen. Na een poosje zult u merken dat het haar langer wordt en dat er klitten komen. Leg uw hond op de zijkant (dit vanaf het begin oefenen). Dat gaat als volgt: sla uw armen om voor- en achterkant, til hem op en leg hem met de poten naar u toe. Probeert hij op te staan, druk dan uw bovenlichaam zo op de pup, dat hij blijft liggen. Houd hierbij zijn vier poten vast en geef duidelijk aan dat hij moet blijven liggen. Praat steeds tegen hem. Verlies uw geduld niet, speel met hem en beloon hem na afloop. Bij een volwassen vacht kunt u deze het beste "laagje voor laagje"borstelen. Doe alles in een vaste volgorde. Erge klitten moet u zien te voorkomen, door de vacht goed bij te houden. Heeft de hond toch klitten, maak ze dan eerst met de vingers los, waarbij u de huid met de vingers kunt tegenhouden. In de ergste gevallen één tand van de kam achter een paar haartjes en zachtjes lostrekken, dan weer een paar haartjes etc. Nooit de kam achter de hele klit en trekken, dat is erg pijnlijk en uw hond zal een grote hekel aan de borstel beurt krijgen. Ter voorkoming van klitten doet een antiklitspray wonderen!

PARASIETEN.
Voorkomen is beter dan bestrijden. Controleer uw hond regelmatig. Overleg met uw dierenarts of dierenwinkel over preventie- en/of bestrijdingsmiddelen.

Vlooien:
De meest voorkomende uitwendige parasieten zijn vlooien en teken; men heeft er bijna doorlopend mee te maken. De vlo moet men wel bestrijden omdat de beet van zo'n griezeltje veel jeuk veroorzaakt. De hond zou zich van de jeuk open kunnen bijten en daardoor ontstaan dan weer etterige plekken die op hun beurt weer gaan jeuken. Eén vlo kan al voldoende zijn om uw hond enorme jeuk te bezorgen (vlooienallergie). De vlo is daarnaast nogal eens tussen-gastheer van de lintworm. U kunt zich het beste door uw dierenarts laten adviseren wat voor uw hond het beste bestrijdingsmiddel is. Door de plaatsen waar de hond veel verblijft veelvuldig te stofzuigen en te reinigen kunt u al een heleboel voorkomen, omdat de eieren van de vlo zich veelal ophouden in vloerbedekking en mandbekleding.

Teken:
De teek is een parasiet met een bol lichaam, die zich vanuit het struikgewas op de hond laat vallen, zich vervolgens vastzet in de huid en zich volzuigt met bloed. Meestal laten ze zich weer vallen als ze verzadigd zijn, om te wachten op een volgend slachtoffer. U kunt zelf teken verwijderen door het lichaam van de teek aan te tippen met alcohol of olie en hem na enkele minuten met een trekkende en gelijk tegen de klok in draaiende beweging uit de huis te trekken. Er blijft even een bultje zichtbaar, dat na verloop van tijd vanzelf weer verdwijnt.

Spoelwormen:
De meest voorkomende inwendige parasieten zijn de spoelworm en de lintworm. Spoelwormen zijn zo'n 10 tot 12 cm lang en lijken op elastiekjes en soms, als ze iets groter zijn op dunne sliertjes spaghetti. Ook hiervoor zijn middelen verkrijgbaar bij de dierenwinkel. Toch is het beter de dierenarts te raadplegen bij het constateren hiervan, zodat hij gelijk even kan onderzoeken of er geen bijverschijnselen zijn opgetreden (zoals vitaminegebrek of bloedarmoede).

Lintwormen:
De lintworm wordt overgebracht door vlooien. Hij bestaat uit een groot aantal geledingen. De kop van de worm blijft in de hond zitten en zorgt steeds voor nieuwe deeltjes. U kunt de worm herkennen aan de z.g. "rijstkorrels" die rond de anus blijven plakken en in de ontlasting te vinden zijn.
Als u de worm herkend heeft, weeg de hond dan even. Als u de dierenarts even doorgeeft wat voor soort worm uw hond heeft en het gewicht van uw hond, kunt u meestal zonder een bezoek aan hem de juiste medicijn afhalen.

LICHAAMSTEMPERATUUR.
De lichaamstemperatuur van uw hond ligt tussen 38 en 39 graden Celsius. Dit is met een normale koortsthermometer op te nemen. Door de staart van uw hond kort voor de aanhechting omhoog te trekken kunt u de meter inbrengen. Wen uw hond ook aan deze handeling, zodat hij, als het echt nodig is, niet zal tegenspartelen.

ONTLASTING.
Als uw hond diarree heeft kan het zijn dat hij iets verkeerds heeft gegeten. Het zal in dat geval snel weer overgaan. In dit geval kan het geen kwaad het dier 24 uur te laten vasten (wel water geven). Wanneer uw hond steeds wat zachte ontlasting heeft (substantie als appelmoes) kan het ook zijn dat hij gewoon te veel voer krijgt, hetgeen zijn ingewanden dan niet kunnen verwerken. Probeer dus eerst eens wat minder te geven, want dit is heel vaak het geval. Een gezonde pup heeft vaste ontlasting, die je zo op moet kunnen pakken. Als het niet aan een te grote dosering voer ligt en de hond toch diarree heeft wat na een dag vasten niet over is, dan doet u er goed aan even langs de dierenarts te gaan. Als er bloed in de ontlasting zit geldt hetzelfde. Als uw hond braakt is het verstandig de volgende maaltijd over te slaan. Braken kan ook een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een vreemd voorwerp in de maag. Ook dan is direct ingrijpen noodzakelijk.

MEDICIJNEN TOEDIENEN.
Tabletten door het voedsel mengen is vaak niet zo'n succesvolle methode, omdat de hond al snel de pillen van het voedsel weet te onderscheiden. U vindt dan na zijn maaltijd een lege bak en een pil erin of ernaast. Met enige handigheid kunt u de hond op eenvoudige wijze zijn tabletten ingeven. Ga als volgt te werk: Leg de linkerhand over de snuit van uw hond (niet de ogen bedekken, want daar schrikt hij van en wil dan weg). Met de rechterhand opent u de bek en duwt de pil zo ver mogelijk naar achter in de keel. Zodra u de rechterhand terugtrekt, zal de hond de bek sluiten. Wrijf dan, zonder de linkerhand los te laten, met uw rechterhand over de keel van uw hond, zodat het slikreflex opgewekt wordt. Het eenvoudigst werkt dit als uw hond in zit positie is, zodat u, naast hem staand, de linkervoet achter zijn achterwerk kan plaatsen. Dit voorkomt geworstel als u niet snel genoeg bent met ingeven. Het vereist enige oefening deze handeling met enige snelheid te verrichten. De kunst is, om de hond de pil in te geven voor hij het goed en wel in de gaten heeft. Ook hier is het verstandig deze handelingen te verrichten voor u ze echt nodig heeft. Daarna natuurlijk belonen!

LOOPSHEID.
Het moment waarop de teef voor het eerst loops wordt loopt per hond sterk uiteen. Vaak ligt het tussen 8 en 14 maanden dat de teef voor het eerst loops is. Maar soms komt die eerste keer nog later. U hoeft zich hierover echter geen zorgen te maken, het komt vanzelf. Normaal wordt een teef eens in de 6 à 8 maanden loops, maar het is echt geen uitzondering als er meer tijd tussen de periodes ligt, of dat de loopsheid zelfs een keer wordt overgeslagen. De loopsheid duurt ongeveer 3 weken. Vlak voor de eigenlijke loopsheid (ongeveer 8 à 10 dagen nadat het bloeden is begonnen) zult u merken dat de reuen meer belangstelling krijgen en dat de vulva wat gaat zwellen. Een paar dagen later volgt een bloederige afscheiding. Het is verstandig een loopse teef aan de lijn te houden, want ze willen er nog wel eens vandoor gaan. Over het algemeen zult u bij de briard-teven niet veel bloed vinden, want ze houden zich heel goed schoon.

VOEDING.
Het is heel erg belangrijk, dat u zich de eerste weken goed houdt aan het voedingsschema. Alleen op advies van uw dierenarts hiervan afwijken. De eerste dagen zal de pup misschien niet veel trek hebben. Maakt u zich hierover niet direct te veel zorgen; misschien gaf u te veel. In geval de pup weinig eetlust toont, de bak na 10 minuten weg halen, anders wordt het een luie, verwende eter. "Hapjes tussendoor" bederven de eetlust voor gewone maaltijden.

Voeding van een jonge hond:
Hiermee wordt de leeftijdsgroep van ongeveer 7 weken tot volwassenheid bedoeld. Bij de briard kan de groei doorgaan tot ongeveer 18 maanden. De voedingssamenstelling van de jonge hond wijkt in principe niet af van die van de volwassen hond. Een jonge hond eet er naar verhouding méér van. Dat meerdere is nodig voor de groei. Door de zeer grote groeisnelheid worden erg hoge eisen gesteld aan de voedingssamenstelling. Om in korte tijd een stevig skelet met spieren op te bouwen moet een uitgebalanceerde voeding gegeven worden. Aan te bevelen is om uw hond een volledig droogvoer te geven als droogvoer. Geen enkele toevoeging (dus ook geen vlees) is daarbij nodig. Géén vitaminen of mineralen bijgeven! Dagelijks 1/2 theelepeltje plantaardige olie mag.
Het beste is puppen tot 4 maanden 4 maaltijden te geven; vanaf 4 maanden tot 6 maanden 3 maaltijden en vanaf 6 maanden 2 maaltijden per dag. Zoals reeds genoemd geeft uw fokker u een bepaald advies, maar er is niets op tegen als u op termijn een ander merk neemt. Wel is het belangrijk dat de samenstelling goed is. Dit speciale puppenvoer geven tot de leeftijd van 6-7 maanden, daarna overgaan op voer voor volwassen honden. Dit heeft o.a. een lager eiwit- en vetgehalte. Op de leeftijd van 8 weken krijgt uw pupje 4 maal daags een theekopje droogvoer. Dit voert u langzaam op, maar let op dat u niet te snel te veel geeft, uw hondje mag niet vet worden, dat is niet goed. Dikke puppen zijn leuk om te zien, maar bedenk wel dat de botten bij een hondje van die leeftijd nog zacht zijn en hoe minder die tedragen hebben, hoe beter. (Ribben moeten heel goed te voelen zijn, ontlasting moet hard en droog zijn).

Op de leeftijd van 4 maanden gaat u over op 3 maal daags voeren, u voert dan tussen de 1 en 2 mokken per keer, afhankelijk van de grootte van de hond. Merkt u dat er wat spek op de huid langs de ribben komt, iets minderen. De hoeveelheid die u moet voeren is moeilijk te zeggen, dit is afhankelijk van het merk dat u geeft, de energie die de hond gebruikt etc. Wel kunt u kijken op het pak wat de fabrikant voorschrijft. Houdt u er rekening mee dat deze altijd erg ruim rekent, dus mag u best iets minder aanhouden. Vanaf 6 maanden krijgt de hond 2 maaltijden per dag, en gaat u geleidelijk over op brokken voor volwassen honden. Van belang is om de hond ‘s morgens na de wandeling een derde van de dagelijkse portie te geven als hij volwassen is en ‘s avonds na de laatste wandeling de resterende tweederde portie. Als u de hond rond uw eigen etenstijd voert, kan het gebeuren dat hij nog gaat spelen s 'avonds, of gaat hollen als hij voor de nacht wordt uitgelaten. Wij raden af om de hond zo vroeg te voeren, omdat een volle maag vol droogvoer een maagtorsie zou kunnen veroorzaken. Geeft u de hond na de laatste wandeling zijn eten met een verse bak water erbij, dan heeft het voedsel de hele nacht de kans om te verteren.

CURSUS.
Het is heel verstandig naar een puppencursus te gaan. Informeer bij u in de buurt naar de mogelijkheden en probeer zo jong mogelijk te beginnen. Meestal is het zo dat u kunt beginnen als uw pupje de entingen heeft gehad. Tot slot, heel veel plezier en geluk met uw hondje, en nogmaals..... bel gerust uw fokker met uw vragen.

Yvonne de Vries